Veel bedrijven verkeren in zwaar weer. Op het moment dat je ziet aankomen dat jouw bedrijf het financieel niet zal bolwerken, kan je een akkoord aanbieden aan je schuldeisers. Daarmee saneer(op orde brengen) je je schuldenlast. Voor een dergelijk akkoord heb je wel medewerking van alle schuldeisers nodig. Dat lukt lang niet altijd. In faillissement een akkoord aanbieden kan, maar levert gedoe op. Veel bedrijfsdebiet gaat dan verloren.

Ondernemers willen deze situatie dan ook voorkomen en de schulden saneren vóór het tot een faillissement komt. Na de invoering van de Wet Homologatie Onderhands Akkoord (WHOA) zal dat makkelijker gaan. De wet ligt op dit moment bij de Eerste Kamer, maar wat houdt deze nieuwe wet eigenlijk precies in?

WHOA

De WHOA is vooral bedoeld om ondernemers of ondernemingen met toekomstperspectief hun schulden makkelijker buiten een faillissement om te laten saneren. Deze wet is al jaren in voorbereiding. We gaan nu het achtste jaar in. De wet moet de leemte opvullen die er nu is tussen de situatie waarin jouw bedrijf nog bestaat, maar het eigenlijk niet zo goed gaat en de situatie dat er sprake is van een faillissement. In de eerste situatie wil je een akkoord aanbieden aan de schuldeisers om van je schulden af te komen. In de tweede situatie bied je een akkoord aan omdat er al sprake is van een faillissement.

Aan de huidige situatie kleven nadelen. Wat je nu ziet is dat als je in een faillissement een akkoord aanbiedt er een ingewikkelde procedure geldt. Het gaat dan om regels die er voor zorgen dat het proces inzichtelijk is. Bij een faillissement is het grote nadeel dat vaak een hoop bedrijfsdebiet (dat wat een onderneming waard is) verdampt. Medewerkers gaan weg, goodwill die is opgebouwd, verdampt. Dat wil je niet.

Veel ondernemers zeggen daarom: laat mij het nou regelen voordat er een faillissement is. Zij bieden een akkoord aan de schuldeisers. Maar let op: vóór het daadwerkelijke faillissement geldt het gewone vermogensrecht. Dit betekent dat je voor dat akkoord van alle schuldeisers instemming moet hebben. Dat zijn er vaak veel en hierdoor is het bereiken van overeenstemming lastig.

Aanbieden akkoord in faillissement

Op het moment dat je in een faillissement een akkoord aanbiedt, wordt er eerst een verificatievergadering gehouden waarin alle schulden worden vastgesteld. Aan alle 'gewone schuldeisers', kan een akkoord aangeboden worden. Zij moeten daarover stemmen. Op het moment dat de helft van de aanwezige schuldeisers met in totaal de helft van de schuldenomvang instemt, dan is er een akkoord. Dat akkoord wordt gepubliceerd en dan moet de rechtbank er wat over zeggen. Dat is het zogenoemde 'homologeren van het akkoord'. De rechtbank kijkt of de schuldeisers meer krijgen dan wanneer het faillissement gewoon wordt afgewikkeld door de curator. Daarnaast moet gewaarborgd zijn dat de gelden die beschikbaar worden gesteld, ook kunnen worden betaald.

Wanneer de rechtbank akkoord is, dan zijn de schuldeisers die niet met het akkoord hebben ingestemd, ook gebonden aan het akkoord. Het is dus eigenlijk een dwangakkoord.

Aanbieden akkoord vóór faillissement

Er is een groot verschil tussen het aanbieden van een akkoord in faillissement en het aanbieden van een akkoord buiten faillissement. Ten eerste moet iedereen bij het aanbieden van een akkoord buiten faillissement instemmen. En als dat niet zo is, dan blijft de vordering van de schuldeiser die niet instemt gewoon staan. Dit geldt niet voor het aanbieden van een akkoord in faillissement. Ten tweede is het ook zo dat het akkoord buiten faillissement niet is gewaarborgd. De rechtbank hoeft niet mee te kijken en te homologeren. In het geval van het aanbieden van een akkoord in faillissement kijkt een rechter-commissaris mee met de curator.

Wat wordt er anders door de WHOA?

Met de invoering van de WHOA wordt er een soort dwangakkoord geïntroduceerd in de fase dat er nog geen faillissement is (pre-insolventie noemen we dat). Dat betekent dat als je ziet dat je bedrijf het niet gaat halen, je dan een akkoord aanbiedt aan je schuldeisers. Van pre-insolventie is volgens de wetgever – bijvoorbeeld – sprake als je nu al weet dat je een lening over een jaar niet kan afbetalen.

Je deelt als eerste je schuldeisers in groepen in. Dus - bijvoorbeeld - de groep van handelscrediteuren, crediteuren met een eigendomsvoorbehoud, crediteuren met zekerheidsrechten zoals recht van pand of hypotheekrecht. Die groepen biedt je een akkoord aan. Wat de inhoud is van het akkoord, dat mag je zelf bepalen. Dat kan bijvoorbeeld zijn: het betalen van  een percentage van de vordering, het betalen van de vordering in termijnen of het aanbieden van  aandelen in de onderneming.

Het akkoord deponeer je bij de rechtbank. Vervolgens kunnen de schuldeisers in hun klasse stemmen. Dat stemmen wijkt af van het stemmen over een akkoord in faillissement. Wanneer twee derde van de schuldenomvang uit een klasse akkoord is, dan is het akkoord aangenomen. Vervolgens moet de rechtbank het akkoord homologeren. Daarna geldt het akkoord voor alle schuldeisers. Dat heeft een enorm voordeel; je hebt niet te maken met de negatieve last van een faillissement. Je onderneming is gewoon nog actief.

In principe kan iedereen een akkoord sluiten vóór faillissement met uitzondering van banken en natuurlijke personen.

Herstructuringsdeskundige

Partijen, waaronder aandeelhouders of de personeelsvertegenwoordiging kunnen vragen om het benoemen van een herstructuringsdeskundige. Dat is een soort curator, maar dan buiten faillissement. De herstructuringsdeskundige kijkt kritisch naar de huidige situatie en bekijkt hoe de situatie zou zijn wanneer er sprake is van een faillissement. De herstructureringsdeskundige  controleert of alle klassen aan hun trekken komen. Op de herstructureringsdeskundige rust de taak om een akkoord voor te bereiden waar de schuldeisers zich in kunnen vinden.  

Flankerende voorzieningen

De WHOA bevat nog een aantal extra instrumenten: 'flankerende voorzieningen'. Je kunt als je een akkoord aanbiedt bij de rechtbank vragen om een afkoelingsperiode. Dat betekent dat op dat moment de ondernemer beslagen niet tegen zich hoeft te laten gelden. De onderneming kan in afwachting van het antwoord op de vraag of het akkoord er doorkomt of niet gewoon doordraaien. De druk die schuldeisers nu soms op ondernemingen leggen is er in dat geval dus niet.  

Wat je ook vaak ziet is dat bij een liquiditeitstekort een geldverstrekker wel geld wil geven, maar ook zekerheid wil hebben. De ondernemer geeft dan bijvoorbeeld een pandrecht op de voorraden of debiteuren. Op het moment dat er kort daarna faillissement zou volgen, dan zegt de curator: "wacht eens even. Je hebt onverplicht zekerheid gegeven, terwijl je niet zeker wist dat het goed zou gaan met de onderneming." Dit heet 'pauliana'. De curator kan de afspraak dan weer terugdraaien.

Door de flankerende voorzieningen in de nieuwe wet kan je aan de rechtbank vragen of het akkoord is dat je geld krijgt van een geldverstrekker en in ruil daarvoor zekerheid verstrekt. Je vraagt dus van te voren of het goed is, zodat het bij een faillissement niet alsnog wordt teruggedraaid.

Er zijn meer flankerende voorzieningen. Denk aan een lang lopende overeenkomst die je niet zomaar kunt opzeggen. Onder de WHOA kun je toestemming vragen of machtiging om die overeenkomst op te zeggen. De schadevergoeding die de contractspartij kan vragen, wordt in het akkoord meegenomen.

Eerste Kamer

De WHOA is een mooie aanvulling op de instrumenten in het insolventierecht. De wet is al wel door de Tweede Kamer, maar de Eerste Kamer moet er nog over stemmen. Naar verwachting duurt dit nog wel een aantal maanden.

Gepubliceerd op 21 juli 2020.

Chris Tijman zal een webinar over de WHOA houden zodra de wet in werking treedt. Wilt u een uitnodiging ontvangen? Stuur dan een mail naar onze Coördinator Marketing en Communicatie, Kimberley van Rossum.

Stuur mail

Vragen over dit artikel of dit onderwerp?
Deel deze pagina via