Sedert de inwerkingtreding van de WWZ is de werkgever een transitievergoeding verschuldigd in het geval hij het initiatief neemt om de arbeidsovereenkomst met de werknemer te beëindigen.

De WWZ voorziet niet in een uitzondering voor de situatie waarin de werkgever tot ontslag van de werknemer die al 104 weken ziek is geweest – en gedurende die tijd loon heeft ontvangen – overgaat. Op grond van de WWZ is de werkgever in dat geval verplicht de transitievergoeding te betalen. Werkgevers wordt om die reden geadviseerd het dienstverband met een langdurig arbeidsongeschikte werknemer slapend te houden. Aan de werknemer is geen loon en ook geen transitievergoeding verschuldigd. De wetgever is met werkgevers van mening dat de huidige regeling onrechtvaardig is en tot onaanvaardbare situatie leidt. Met de wet van 11 juli 2018 beoogt de wetgever een oplossing te bieden voor deze problematiek. De wet treedt naar verwachting in op 1 april 2020.

De werkgever die een arbeidsovereenkomst met een langdurige arbeidsongeschikte werknemer heeft beëindigd en de transitievergoeding heeft betaald kan op basis van de wet van 11 juli 2018 en de bijbehorende regeling een aanvraag voor compensatie van de betaalde transitievergoeding indienen bij het UWV. Voorwaarden voor toekenning van de compensatie zijn: de transitievergoeding was door de werkgever verschuldigd en de beëindiging van de arbeidsovereenkomst vond plaats in verband met de langdurige arbeidsongeschiktheid  van de werknemer. De compensatie voor transitievergoeding wordt ook toegekend in het geval de arbeidsovereenkomst is beëindigd door middel van een vaststellingsovereenkomst vanwege de langdurige arbeidsongeschiktheid van de werknemer. De hoogte van de compensatie bedraagt niet meer dan het bruto loon dat tijdens de periode van ziekte van de werknemer is betaald. Dit betekent dat een werkgever die een dienstverband slapend heeft gehouden over de periode dat de arbeidsovereenkomst langer heeft geduurd de transitievergoeding is verschuldigd maar de compensatie beperkt wordt tot het moment waarop de loondoorbetalingplicht is beëindigd.