Door de vergaande overheidsmaatregelen in verband met het coronavirus, lijkt de wereld grotendeels stil te staan. Niets is echter minder waar. De economische gevolgen van het coronavirus zijn immers enorm. Voor ondernemers is het van groot belang stil te staan bij de mogelijke juridische gevolgen van het coronavirus voor lopende commerciële contracten. De ingrijpende gevolgen van het coronavirus kunnen ertoe leiden dat een contractspartij haar verplichtingen tijdelijk of geheel niet kan nakomen. Wat zijn dan de mogelijkheden?

Heeft de benadeelde contractspartij recht op schadevergoeding? Kan de overeenkomst nog worden gewijzigd of kan deze zelfs zomaar worden beëindigd? In deze bijdrage zal ik daar nader op ingaan.

Inhoud commerciële contracten

De inhoud van de overeenkomst vormt het uitgangspunt. In de overeenkomst en de eventueel toepasselijke algemene voorwaarden kan onder meer zijn bepaald hoe partijen dienen om te gaan met onvoorziene omstandigheden, wanneer sprake is van overmacht en onder welke voorwaarden een overeenkomst – al dan niet tussentijds – kan worden beëindigd. Aan de hand van de uitleg van deze bepalingen dient te worden vastgesteld of de gevolgen van het coronavirus in een specifiek geval bijvoorbeeld kunnen worden aangemerkt als overmacht of onvoorziene omstandigheden.

De huidige gevolgen van het coronavirus zijn echter zodanig omvangrijk en verstrekkend dat goed denkbaar is dat in veel contracten hier geen, dan wel onvoldoende rekening mee is gehouden. Zijn in de overeenkomst geen nadere afspraken gemaakt, dan wordt teruggevallen op de wet. De wet biedt verschillende remedies wanneer verplichtingen uit een overeenkomst niet worden nagekomen.

Overmacht en schadevergoeding

Uitgangspunt is dat de verplichtingen uit de overeenkomst moeten worden nageleefd. Gebeurt dit niet, dan kan de benadeelde contractspartij in eerste instantie nakoming vorderen. Laat een contractspartij na haar verplichtingen uit de overeenkomst na te komen en verkeert zij in verzuim, dan staat in principe de weg vrij naar een vordering tot schadevergoeding op grond van artikel 6:74 BW. Hiervoor is, kort gezegd, vereist dat sprake is van een tekortkoming die valt toe te rekenen aan de schuldenaar (artikel 6:75 BW). Een tekortkoming valt een schuldenaar echter niet toe te rekenen wanneer sprake is van overmacht. Er is sprake van overmacht wanneer de tekortkoming buiten de schuld van de aannemer is ontstaan en ook niet voor zijn risico behoort te komen.

Het is nu natuurlijk de vraag of de gevolgen van het coronavirus kunnen worden aangemerkt als een overmachtsituatie. Hiervan zal in ieder geval sprake zijn als de door de overheid getroffen maatregelen als gevolg van het coronavirus een contractspartij belemmeren om haar verplichtingen uit de overeenkomst zélf na te komen en er geen alternatieven voor nakoming aanwezig zijn. Per geval zal moeten worden beoordeeld of als gevolg van de coronacrisis sprake is van overmacht.

Als sprake is van een overmachtsituatie, bestaat er geen schadevergoedingsverplichting voor de contractspartij die haar verplichtingen uit de overeenkomst niet nakomt. Door de overmachtsituatie komt de schade immers niet voor haar rekening. Dit zal daarnaast meebrengen dat ook geen nakoming meer kan worden gevorderd.

Het voorgaande gaat overigens niet op wanneer in de overeenkomst een garantie is gegeven voor de desbetreffende prestatie. Alle gevolgen van het uitblijven van die prestatie komen dan volledig voor rekening en risico van de contractspartij die de garantie heeft afgegeven. Dit zal ertoe leiden dat de contractspartij die de garantie heeft afgegeven alsnog schadeplichtig is.

Opschorting

Als een contractspartij als gevolg van de coronacrisis haar verplichtingen niet nakomt, kan de benadeelde contractspartij ook een beroep doen op het opschortingsrecht (artikel 6:52 BW en 6:262 BW). Daarvoor dient de benadeelde contractspartij, kort gezegd, een opeisbare vordering te hebben die voldoende samenhang heeft met de niet nagekomen verplichting van de tekortschietende contractspartij. Als voldaan is aan de criteria van opschorting dan kan een afnemer van goederen bijvoorbeeld de betaling van facturen opschorten, omdat bepaalde goederen niet zijn geleverd door haar leverancier.

Het voordeel van een opschorting is dat de overeenkomst in stand blijft en dat op een later "geschikter" moment alsnog kan worden nagekomen. Let wel, als een rechter achteraf oordeelt dat een contractspartij ten onrechte de nakoming van haar verplichtingen heeft opgeschort, is deze contractspartij automatisch in verzuim en schadeplichtig.

Ontbinding van de overeenkomst

De wet bepaalt in artikel 6:265 lid 1 BW dat iedere tekortkoming aan de wederpartij de bevoegdheid tot ontbinding van de overeenkomst geeft. In tegenstelling tot een vordering tot schadevergoeding vereist ontbinding van de overeenkomst niet dat de tekortkoming aan de schuldenaar kan worden toegerekend. Overmacht speelt hier dus geen rol. In principe kan de overeenkomst dus worden ontbonden, ook al is als gevolg van de coronacrisis sprake van overmacht.

De bijzondere aard of geringe betekenis van een tekortkoming kan er echter toe leiden dat de tekortkoming de ontbinding niet rechtvaardigt. Of een tekortkoming als gevolg van het coronavirus heeft te gelden als een tekortkoming van bijzondere aard, zal van geval tot geval moeten worden beoordeeld. Gelet op de uitzonderlijkheid van de situatie en de verstrekkende gevolgen van het coronavirus, is in veel gevallen goed denkbaar dat sprake is van een tekortkoming van bijzondere aard die ontbinding van de overeenkomst niet zal rechtvaardigen.

Onvoorziene omstandigheden

Op grond van artikel 6:258 BW kunnen door tussenkomst van de rechter de gevolgen van de overeenkomst worden gewijzigd of kan de overeenkomst worden ontbonden, als sprake is van onvoorziene omstandigheden. Er moet (1) sprake zijn van zodanige onvoorziene omstandigheden dat (2) de wederpartij naar redelijkheid en billijkheid niet mag verlangen dat de overeenkomst ongewijzigd in stand blijft.

Uit de rechtspraak volgt dat terughoudendheid is geboden bij een beroep op onvoorziene omstandigheden. Zo kan een economische crisis in ieder geval niet worden aangemerkt als een onvoorziene omstandigheid. De gedachte daarachter is dat het een feit van algemene bekendheid is dat de economie conjunctuurgevoelig is, waardoor een dergelijke crisis wordt geschaard onder het ondernemersrisico. Natuurrampen kunnen daarentegen wel worden geschaard onder onvoorziene omstandigheden.

Het is goed verdedigbaar dat de huidige coronacrisis moet worden aangemerkt als een zwaarwegende onvoorziene omstandigheid, nu sprake is van een zeer uitzonderlijke situatie. De gevolgen van het coronavirus hebben inmiddels een enorme (wereldwijde) omvang bereikt en waren voor niemand te voorzien. Er valt dus zeker wat voor te zeggen om de gevolgen van het coronavirus aan te merken als onvoorziene omstandigheden.

Als sprake is van onvoorziene omstandigheden, dan moeten deze omstandigheden van dien aard zijn dat naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet mag worden verwacht dat de overeenkomst ongewijzigd van kracht blijft. Hiervan zal bijvoorbeeld sprake zijn als ongewijzigde voortzetting van het contract zal leiden tot grote financiële, dan wel bedrijfseconomische problemen voor één van de contractspartijen. Uiteindelijk zal per geval moeten worden beoordeeld of de gevolgen van het coronavirus kunnen worden aangemerkt als zwaarwegende onvoorziene omstandigheden.

Als eenmaal is voldaan aan de criteria van artikel 6:258 BW heeft de rechter aanzienlijke vrijheid bij het wijzigen dan wel ontbinden van het contract. De rechter kan het contract bijvoorbeeld tijdelijk wijzigen of tijdelijk gedeeltelijk of geheel ontbinden. Daarnaast kan hij zelfs terugwerkende kracht toekennen aan een wijziging of ontbinding. Uiteindelijk is van belang dat de rechter het contractuele evenwicht tussen partijen herstelt.

Advies voor ondernemers

Voor ondernemers is het van belang om stil te staan bij de juridische gevolgen van het coronavirus voor lopende commerciële contracten. Ga na of uit de contracten en de toepasselijke algemene voorwaarden volgt hoe moet worden omgegaan met de vergaande gevolgen van de huidige coronacrisis. Voor zover de inhoud van de contracten geen uitweg biedt, kan worden teruggevallen op de eerdergenoemde remedies in de wet. Gelet op de huidige omstandigheden, verdient het in ieder geval aanbeveling om eerst in overleg te treden met de wederpartij wanneer verplichtingen uit een overeenkomst niet (kunnen) worden nagekomen. Op die manier kunnen partijen onderzoeken of (tijdelijk) afwijkende afspraken kunnen worden gemaakt.

Voor nieuw te sluiten commerciële contracten is het advies om in deze contracten de afspraken zo goed en specifiek mogelijk af te stemmen op de gevolgen van het coronavirus. Voor nieuw te sluiten contracten hoeven de gevolgen van het coronavirus namelijk niet meer te gelden als onvoorziene omstandigheden, nu deze gevolgen inmiddels voorzienbaar zijn. Houd daar dus rekening mee. Het zijn bijzondere tijden, die de nodige creativiteit vergen.

Wij zijn een kosteloze, telefonische eerstelijnsservice gestart om onze relaties en cliënten te helpen met vragen rondom het coronavirus. Klik hier voor meer informatie over de VVA Corona Helpdesk.

 

Vragen over dit artikel of dit onderwerp?
Gerelateerde artikelen
Deel deze pagina via