In 1989 is de Wet-Mulder van kracht geworden die voor veel verkeersovertredingen heeft geregeld dat die via het bestuursrecht worden afgedaan, en niet volgens het strafrecht.

Ook parkeerboetes worden door het laten verschieten van kleur van boete naar belasting in het bestuursrecht getrokken.

Maar daar is het niet bij gebleven.

In de afgelopen 20 jaar zijn onder meer de beboeting van werkgevers in het kader van de Wet arbeid vreemdelingen en de Arbo-wet in het bestuursrecht gehaald. Voorts legt de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid boetes op, net zoals de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit, de Autoriteit Consument en Markt en nog vele andere autoriteiten en ministeries regelen inmiddels via een bestuurlijke boete dat overtredingen van wetgeving worden bestraft.

Daarmee wordt de strafrechtsketen aanzienlijk ontlast zodat het strafrecht zich weer veel meer richt op "criminele" zaken en niet zozeer op beboeting van overtredingen waaraan dat "criminele" aspect doorgaans ontbreekt.

Als in uw bedrijf onderaan de ladder het rubberen voetje is versleten krijgt u daarvoor een boete zonder dat dat direct in het strafrecht wordt getrokken. Op zichzelf is dat beslist als een voordeel te beschouwen.

Maar ik zie in zaken die ik in behandeling heb maar ook in de jurisprudentie dat er wel het één en ander misgaat.

Terugkomend op dat rubbertje onderaan de ladder: als de Arbeidsinspectie langskomt en dat ziet, heeft u een flinke boete te pakken van enkele duizenden euro's.

Als in het bedrijf dat uw kantoor schoonmaakt een vreemdeling te werk wordt gesteld die daar geen vergunning voor heeft, gaat u als opdrachtgever – en dus niet als werkgever – voor een kleine  € 10.000,-- aan de paal.

Als uw boekhouding niet helemaal op orde is en er wordt te weinig uitbetaald, ook al is dat een administratieve vergissing, bedraagt de boete al gauw boven de € 10.000,--.

In de jurisprudentie zie ik dat, zodra de feiten vaststaan, de vraag niet meer ter zake doet of de overtreding ook verwijtbaar is aan de ondernemer. In dat type zaken moet ik aantonen dat ook als alle maatregelen zouden zijn genomen de overtreding nog zou hebben plaatsgevonden. Anders gezegd: uit het feit dat de boekhouding kennelijk niet helemaal sluitend was waardoor te weinig is uitbetaald, vloeit voort dat u een boete tegemoet kunt zien.

En daar vliegt het bestuurlijke boeterecht uit de bocht. Ik zie dat voor relatief futiele overtredingen de autoriteiten en inspecties enthousiast boetes opleggen tot bedragen die eigenlijk niet meer in verhouding staan tot de ernst van de overtreding.

Waar het recht geen remedie geeft voor menselijke vergissingen, is de menselijke maat zoek en is er eigenlijk alleen maar sprake van een extra belasting. Immers: alle mensen maken fouten en vergissingen. Daar hoort het recht rekening mee te houden.

Vanaf deze plaats dan ook een oproep aan de overheid om bij de toepassing van de bestuurlijke boete rekening te houden met vergissingen en gewone menselijke suffigheid. Zoals het nu gaat loopt het bestuurlijke boeterecht uit de hand. Dat is fnuikend voor de acceptatie ervan door de ondernemer. Dat is op termijn een gevaar voor de rechtstaat.

Publicatiedatum: 17 december 2018

Vragen over dit artikel of dit onderwerp?