De statutair directeur is een bijzondere werknemer. Hij wordt door de aandeelhouder van de werkgever benoemd en kan ook te allen tijde door die aandeelhouder worden ontslagen.

De statutair directeur maakt deel uit van het bestuursorgaan van de werkgever. In zoverre is er sprake van een vennootschaprechtelijke betrekking. Tegelijkertijd is hij werkzaam binnen de onderneming van die werkgever en is er sprake van een arbeidsbetrekking.

Met ingang van 1 juli 2015 geldt de WWZ ook voor de statutair directeur. De aandeelhouder van de werkgever kan de arbeidsovereenkomst met de statutair directeur alleen beëindigen als er een redelijke grond bestaat en als herplaatsing binnen een redelijke termijn al dan niet met behulp van scholing onmogelijk is. Dat betekent dat de limitatief in de wet opgenomen ontslaggronden ook voor de statutair directeur gelden. Is er geen sprake van een in de wet vastgelegde ontslaggrond en ontslaat de aandeelhouder van de werkgever de statutair directeur, dan kan die statutair directeur – anders dan een gewone werknemer – geen herstel van de arbeidsovereenkomst vorderen. De statutair directeur heeft recht op een billijke vergoeding in het geval de rechter vaststelt dat er geen ontslaggrond is aan te wijzen.

De werkgever kan een aan de statutair directeur gegeven ontslag niet achteraf aanvullen met nieuwe ontslaggronden. De werkgever die dat deed, kreeg van de Rechtbank Amsterdam  (ECLI:NL:RBAMS:2017:9104) het deksel op de neus. De rechtbank oordeelde dat er op het moment van het nemen van het ontslagbesluit geen redelijke grond voor ontslag bestond. De werkgever werd verweten ernstig verwijtbaar te hebben gehandeld en kende aan de statutair directeur – met een staat van dienst van afgerond tien jaren – een billijke vergoeding van € 217.000,-- toe. De statutair directeur die na een dienstverband van circa drie maanden zonder waarschuwing door de aandeelhouder van de werkgever werd ontslagen, kreeg van de Rechtbank 's-Hertogenbosch een billijke vergoeding van € 100.000,-- toegekend. In hoger beroep hield dat oordeel bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch (ECLI:NL:GHSHE:2018:1643) stand. Het gerechtshof oordeelde dat een redelijke grond voor ontslag ontbrak. Is het vennootschaprechtelijke ontslag niet geldig – het ontslagbesluit is door de aandeelhouder genomen in strijd met de daarvoor geldende vereisten – is ook het arbeidsrechtelijke ontslag niet geldig. In dat geval duurt de arbeidsovereenkomst voort, totdat wel een rechtsgeldig ontslag heeft plaatsgevonden, aldus Rechtbank Noord-Holland (ECLI:NL:RBNHO:2018:3264).

Dit artikel maakt deel uit van de Update Arbeidsrecht 2018. Deze update, onder redactie van mr. Antonio Robustella en mr. Winny van Engelenhoven, signaleert relevante en opmerkelijke uitspraken. Ook staan in de update relevante ontwikkelingen die voor zowel werkgevers al werknemers bruikbaar zijn.